Tijdens de oriënterende observaties worden evenementen bij de culturele instelling bijgewoond, zoals optredens, oefensessies en tentoonstellingen, om inzicht te krijgen in het gebruik van de culturele instelling en de interactie tussen verschillende gebruikers. Dit wordt gedaan om een belangrijke context te schetsen voor de rest van het (publieks)onderzoek.
Relatie tot participatief observatieonderzoek
De oriënterende observaties vertonen overeenkomsten met participatief observatieonderzoek. In participatief observatieonderzoek probeert de onderzoeker meer te doen dan alleen observeren vanuit een afstandelijke rol. Door zich te mengen in een activiteit of daar actief aanwezig te zijn, kan de onderzoeker niet alleen observeren, maar ook ervaren wat een omgeving, ruimte, interactie of activiteit met mensen doet.
Werkwijze: fieldnotes
Tijdens de participatieve observatie maakt de onderzoeker fieldnotes. Dit zijn vaak korte aantekeningen of jottings die dienen om het geheugen op te frissen. Na het bijwonen van een activiteit in het veld moeten deze aantekeningen zo snel mogelijk worden uitgewerkt, zodat zoveel mogelijk details behouden blijven.
Bij het maken van fieldnotes is het belangrijk om niet alleen visuele observaties of gehoorde uitspraken te noteren, maar ook andere zintuiglijke indrukken vast te leggen: hoe voelt de sfeer aan, wat hoor je om je heen en wat is het algemene gevoel in de zaal?
Observatie versus interpretatie
Bij het schrijven van fieldnotes is het belangrijk om onderscheid te maken tussen observaties en interpretaties. Dit kan bijvoorbeeld door een bladzijde in twee kolommen te verdelen: links worden uitsluitend zuivere observaties genoteerd en rechts de interpretaties.
Doel van de oriënterende observaties
Het doel van de oriënterende observaties is om in kaart te brengen wat voor plek de culturele instelling is — niet alleen in fysieke zin, maar ook in gevoelsmatige zin.
Enkele belangrijke aandachtspunten tijdens de oriënterende observaties zijn:
- Wat voor mensen komen er naar de culturele instelling?
- Hoe verhouden deze mensen zich tot elkaar?
- Wat voor discussies voeren zij en welke interacties vinden er plaats?
- Wat voor mensen voelen zich thuis bij de culturele instelling?
- Wat voor mensen voelen zich er minder thuis?
- Welke rol speelt de ruimte daarbij? (niet enkel in termen van toegankelijkheid)
- Bij wat voor scene past het interieur?
- Welke aspecten van de culturele instelling zouden bepaalde doelgroepen kunnen afschrikken?
- Wat vormt de essentie van de culturele instelling? Welke elementen zijn onmisbaar om het huidige karakter te behouden?
Observaties, zoals hoe mensen zich in de ruimte gedragen, worden vastgelegd. Meer abstracte oordelen — zoals of de bediening vriendelijk is of of een kaartje duur was — vallen hier niet onder; dergelijke aspecten horen eerder thuis in de deskresearch. In plaats daarvan staat centraal hoe mensen zich tot de ruimte en tot elkaar verhouden: zoeken mensen elkaar op, om welke groepen gaat het dan, welke groepen houden juist meer afstand of komen bewust later binnen, enzovoort.
Factoren die de onderzoekswaarde beïnvloeden
Over het algemeen geldt bij participatief observatieonderzoek dat hoe sterker de onderzoeker integreert in het veld, hoe waardevoller de resultaten kunnen zijn. Drie factoren kunnen de waarde van de resultaten sterk beïnvloeden:
- De tijd die in het veld is doorgebracht
- De mate van participatie
- De gelijkenis tussen de onderzoeker en de participanten

