Geografische spreiding van cultuur: meer dan een kaart van Nederland

Geografische spreiding van cultuur: meer dan een kaart van Nederland

8 juli 2026 Cultuurbeleid Onderzoek 0
Geografische spreiding van cultuur: meer dan een kaart van Nederland. Artikel door Bureau Lahaut

Geografische spreiding van cultuur gaat over meer dan de vraag waar theaters, musea en podia staan. Het raakt aan de inrichting van de Nederlandse culturele infrastructuur, de rol van regio’s en de toegankelijkheid van cultuur voor inwoners. In opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) verscheen onlangs het rapport Geografische spreiding van cultuur in Nederland. Het onderzoek brengt voor het eerst op landelijke schaal in beeld hoe publieke cultuurmiddelen, culturele voorzieningen en beleidsinstrumenten geografisch zijn verdeeld. De resultaten moeten richting geven aan de vernieuwing van het cultuurbestel vanaf 2029.

Voor Bureau Lahaut is dit een relevant onderzoek. Niet alleen omdat het inzicht geeft in de spreiding van cultuur, maar vooral omdat het vragen oproept over de inrichting van de culturele infrastructuur. Hoe zorgen we ervoor dat cultuur niet alleen beschikbaar is, maar ook toegankelijk en duurzaam georganiseerd? En welke rol spelen steden en regio’s daarin?

Wat laat het onderzoek zien?

Het onderzoek analyseert de geografische spreiding van cultuur vanuit drie perspectieven. Ten eerste worden de uitgaven van Rijk, provincies en gemeenten aan cultuur in kaart gebracht. Daarnaast is onderzocht waar culturele voorzieningen zijn gevestigd en hoe deze over Nederland zijn verdeeld. Tot slot is gekeken naar de beleidsinstrumenten waarmee overheden en fondsen geografische spreiding proberen te stimuleren.

Het algemene beeld is dat Nederland beschikt over een brede culturele basisinfrastructuur. In alle provincies wordt geïnvesteerd in cultuur en zijn culturele voorzieningen aanwezig. Tegelijkertijd zijn er duidelijke concentraties zichtbaar. Specialistische culturele voorzieningen, zoals architectuur, beeldende kunst en audiovisuele instellingen, bevinden zich vooral in de Randstad en andere grote stedelijke centra. Basisvoorzieningen, zoals bibliotheken en voorzieningen voor actieve cultuurbeoefening, zijn juist veel gelijkmatiger over Nederland verspreid.

Ook blijkt dat gemeenten gezamenlijk de grootste publieke investeerders in cultuur zijn. Daarmee spelen zij een cruciale rol in de toegankelijkheid van cultuur voor inwoners.

Beschikbaarheid is niet hetzelfde als toegankelijkheid

Het rapport brengt overtuigend in kaart waar culturele voorzieningen zich bevinden, maar zegt veel minder over de vraag of inwoners deze voorzieningen daadwerkelijk weten te bereiken en gebruiken. Beschikbaarheid is immers niet hetzelfde als toegankelijkheid. Een theater of museum kan geografisch dichtbij zijn, terwijl financiële drempels, opleidingsniveau, cultureel kapitaal, mobiliteit of ervaren toegankelijkheid ervoor zorgen dat inwoners er nauwelijks gebruik van maken.

Een regio kan beschikken over een rijk cultureel aanbod, terwijl de deelname aan cultuur relatief beperkt blijft. Omgekeerd kunnen inwoners ook buiten de eigen regio gebruikmaken van culturele voorzieningen. Voor toekomstig beleid is het daarom belangrijk om spreiding niet alleen te beoordelen op basis van aanbod, maar ook vanuit cultuurparticipatie en publieksbereik.

Niet alleen spreiding, maar ook samenhang

Een belangrijke conclusie van het rapport is dat geografische spreiding nog geen samenhangend beleidsdoel vormt. Verschillende overheden en fondsen zetten instrumenten in om spreiding te bevorderen, maar doen dit vanuit uiteenlopende doelstellingen en zonder een gezamenlijke visie. Daardoor ontbreekt een duidelijke afweging tussen geografische spreiding, artistieke kwaliteit en pluriformiteit.

De onderzoekers trekken bewust geen normatieve conclusie over de huidige spreiding. Het rapport laat de vraag wat een wenselijke geografische spreiding is over aan politiek en bestuur. Daarmee vormt het onderzoek vooral een feitelijke basis voor toekomstige beleidskeuzes.

Een van de meest interessante aanbevelingen is dat geografische spreiding niet alleen moet worden bekeken vanuit voorzieningen, maar vanuit de gehele culturele keten. Het rapport pleit voor een structuur waarin een breed toegankelijke lokale basis wordt verbonden met regionale ontwikkelfuncties en een beperkter aantal nationale topinstellingen.

Juist deze ketengedachte biedt kansen voor gemeenten en regio’s. De vraag is immers niet alleen waar culturele instellingen gevestigd zijn, maar ook of makers zich kunnen ontwikkelen, of talent kan doorgroeien, of voldoende podia beschikbaar zijn en of inwoners daadwerkelijk worden bereikt.

Onze reflectie

Het rapport roept tegelijkertijd een bredere beleidsvraag op. De afgelopen jaren zijn bij de beoordeling van subsidieaanvragen steeds meer publieke waarden een rol gaan spelen, zoals inclusie, maatschappelijke impact, toegankelijkheid en – mogelijk in de toekomst – geografische spreiding. Dat verrijkt het beoordelingskader, maar maakt de afweging ook complexer. Naarmate meer doelstellingen worden meegewogen, wordt de vraag relevanter hoe deze zich verhouden tot artistieke kwaliteit en pluriformiteit. Dat vraagt om heldere beleidskeuzes en transparantie over de weging van verschillende publieke waarden. De keten van maker tot publiek verdient meer aandacht

Wat betekent dit voor gemeenten?

Voor gemeenten biedt het onderzoek een waardevol vertrekpunt. Niet alleen de hoeveelheid cultuurvoorzieningen is relevant, maar vooral de vraag hoe de culturele infrastructuur functioneert. Hoe worden makers ondersteund? Hoe sluiten talentontwikkeling, presentatie en publieksbereik op elkaar aan? En welke rol vervult een stad binnen de regionale en landelijke culturele keten?

Juist deze vragen zullen richting geven aan de vernieuwing van het cultuurbestel vanaf 2029. Voor steden als Maastricht betekent dit dat niet alleen gekeken kan worden naar het aantal culturele instellingen, maar ook naar de positie die de stad inneemt binnen de keten van maker tot publiek en de betekenis die zij heeft voor de regio.

Ondersteuningsstructuur cultuurbeoefening

De discussie over geografische spreiding staat bovendien niet op zichzelf. Vrijwel gelijktijdig verscheen een tweede onderzoek naar de ondersteuningsstructuur voor cultuur- en erfgoedbeoefening: Regie gezocht: van versnippering naar samenhang. Dat onderzoek laat zien dat de uitdaging niet alleen ligt in de geografische spreiding van cultuur, maar ook in de manier waarop de culturele infrastructuur is georganiseerd. Rollen tussen landelijke, provinciale en lokale partijen zijn niet altijd duidelijk afgebakend, kennis en ondersteuning bereiken de praktijk niet altijd en de samenwerking tussen bestuurslagen kan worden versterkt. Geografische spreiding vraagt daarmee niet alleen om een goede verdeling van middelen en voorzieningen, maar ook om een goed functionerende infrastructuur die makers, instellingen en publiek met elkaar verbindt.

Gezamenlijk laten beide onderzoeken zien dat de discussie over het cultuurbestel verschuift. Niet alleen de geografische verdeling van middelen staat centraal, maar ook de vraag hoe het culturele ecosysteem als geheel functioneert. Spreiding, samenwerking en toegankelijkheid blijken onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Concluderend

Samen laten beide onderzoeken zien dat de discussie over het cultuurbestel niet alleen gaat over de vraag waar cultuur zich bevindt, maar ook hoe het culturele ecosysteem functioneert. De komende herziening van het cultuurbestel biedt daarmee meer dan een kans om middelen anders te verdelen. Zij biedt ook de mogelijkheid om opnieuw na te denken over de samenhang van het culturele ecosysteem: van maker tot publiek, van lokale voorzieningen tot landelijke topinstellingen en van beschikbaarheid naar daadwerkelijke toegankelijkheid. Juist de samenhang tussen spreiding, toegankelijkheid en een goed functionerende culturele keten lijkt daarmee de grootste opgave voor de komende jaren.

De besproken rapporten:

AEF & SEO. (2026). Geografische spreiding van cultuur in Nederland. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Blueyard Coöperatief UA. (2026). Regie gezocht: Van versnippering naar samenhang. Onderzoek naar de ondersteuningsstructuur voor cultuur- en erfgoedbeoefening. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.